Reeds eeuwen voordat de huidige kerk gebouwd werd, stond op deze plaats een kerk, waarvan de oorsprong teruggaat tot het jaar 660, toen hier een kapel gesticht werd door de heilige Gertrudis. De oudste tufstenen fundamenten van de kerk zijn van omstreeks 1100. Onder die fundamenten bevindt zich een christelijk grafveld,dat verwijst naar een eerder bestaan. 

De laaggotische crypte is in bouwkundig opzicht een merkwaardigheid. Omdat de kerk eertijds (1310) een Kanunnikenenkerk was, steekt het dak van het koor aanmerkelijk boven het dak van het schip uit. In het jaar 1420 werd de toenmalige kerk tijdens een oorlog met de Dordtenaren geheel in as gelegd. Daarna werd nog in de 15e eeuw de kerk herbouwd in de huidige vorm.

Willem van Oranje veroverde Geertruidenberg in 1573 waarbij de kerk overging naar het protestantisme, in 1589 komt door verraad de stad in Spaanse handen en keert het katholicisme terug. Daarna heroverd Maurits de stad rond 1593 en sindsdien is de kerk weer protesant. De door Maurits verwoeste toren werd in 1768 gerestaureerd en kreeg zijn huidige vorm.

Nauwelijks was de kerk met de toren opgeknapt of een nieuwe ramp treft haar. De Fransen werden op 6 maart 1793 gelegerd in het kerkgebouw. In één dag hebben ze de stoelen en banken op 13 plaatsen in de kerk als brandhout gebruikt, werd het orgel onherstelbaar beschadigd en sprongen meerdere zware grafzerken stuk. Bij zijn bezoek in 1806 betoonde koning Lodewijk Napoleon zijn medeleven door 2000 gulden te schenken voor een nieuw orgel. De kerkmeesters zagen weinig heil in het plaatsen van een nieuw orgel in een ruïne. In 1817 werd het gebouw door een muur in tweeën gedeeld. Het koor en het transept hadden te veel geleden van de ingekwatierde soldaten. Herstelwerkzaamheden beginnen in 1876 en duren tot 1986 wanneer het komt tot een totale restauratie. Een legaat van vormalig burgmeesterweduwe, mevrouw Bianchi, steld de kerkvoogdij in staat hun deel van de kosten op te brengen.

Crypte 

De naam Crypte stamt uit het Grieks en betekent letterlijk: "ik verberg". Het heeft direct verband met de bloedige vervolgingen van de eerste Christenen door de Romeinse keizers. De gelovigen verborgen of begroeven hun doden en martelaren in onderaardse gangen. Later, toen de vervolgingen afnamen, werden kerken gebouwd boven het graf van de heilige en zo ontstond de Crypte.

Vrij kort voor 1420 is begonnen met de bouw van de crypte en koor van de kerk. In 1420 werd Geertruidenberg getroffen door de grote stadsbrand die veroorzaakt werd door de belegering van de Dordtenaren. De stad brandde af en de kerk leed grote schade. De krocht werd niet afgebouwd en de oorspronkelijke kruisgewelven van de kerk en het koor werden vervangen door houten tongewelven. De crypte werd volgestort met zand en gebruikt om (belangrijke) mensen in te begraven.

Pas in 1893 werd de half afgebouwde crypte bij toeval weer ontdekt. Tijdens werkzaamheden in het koor bleek dat er zand was weggelopen langs de wand van het koor en besloten werd om het koor uit te graven. Er werd een commissie benoemd en de namen van de leden zijn te zien op een gedenksteen in de wand van de crypte. Op 16 september 1895 werd met de uitgraving begonnen en op 4 november was het karwei geklaard. In de crypte werden, benevens zes grote grafkelders, weinig interessante zaken aangetroffen. Wel bleek dat de crypte slechts gedeeltelijk was afgebouwd, waarschijnlijk ten gevolge van onvoldoende financiële middelen.

Tijdens de grootscheepse restauraties van de kerk in de jaren 90 van de vorige eeuw werd de crypte in ere hersteld. Het is de enige gotische crypte, samen met die van Thorn, in Nederland.

Kraagstenen

Rondom het koor bevindt zich onder elke schalk een console of kraagsteen. Slechts één ervan is origineel: de oude man. De overige zijn tijdens de restauratie nieuw gemaakt door de Amersfoortse kunstenaar Tom Mooij. Zij stellen de twaalf apostelen voor.

Met de wijzers van de klok mee gerekend en beginnend bij de kansel zijn het achtereenvolgens: Thomas, Simon, "oude man", Paulus, Johannes, Markus, Mattheus, Lucas, Jacobus minor, Petrus, Jacobus major en Barthelomeus. Bij de vier evangelisten valt op dat de hun toegevoegde dieren vriendelijk ogen.

Nog meer kraagstenen in het Zuidertransept. Beginnend links: de wonderbare visvangst, Elisabeth, Jeremia, Gertrudis, David met het hoofd van Goliath. Zeer gedetailleerd uitgevoerd.

Buiten, aan de zuidkant van het koor op het torentje tegen het transept aan, zijn vier bogen met daaronder een viertal kraagstenen voorstellende de vier jaargetijden.

De Toren

In 1315 begon men met de bouw van de toren bij de kerk. Tijdens de oorlog met de Dordtenaren in 1420 werd zij zwaar beschadigd, maar in 1447 alweer herbouwd. Maurits verwoestte deze toren gedeeltelijk bij de inname van de stad in 1593. Pas in 1768 werd de toren definitief hersteld maar niet in de oorspronkelijk hoogte. Er werd als begrenzing een natuurstenen balustrade ontworpen. De hoogte nu is 34 meter.

Voor 1436 moeten er in de toren al uurwerken met wijzeraanduidingen geweest zijn. Eind 1700 wordt dit uurwerk omgebouwd tot slingeruurwerk. Bij de restauratie van de toren in 1990 dreigt het ongebruikte en incomplete uurwerk verloren te gaan. Een aantal alerte burgers heeft dat kunnen voorkomen en in 2013 wordt het gerestaureerde uurwerk weer opgesteld en overgedragen aan de eigenaresse; de gemeente.

In 1537 is er sprake van een voorslag (carillon) van acht klokken, waarbij voor het speeluurwerk 207 metalen notenrolletjes worden gemaakt door ene pater Anthonis. Maurits vernielt in 1593 niet alleen de toren maar ook de klokken. In 1768 wordt het klokkenspel uit de toren gehaald. Pas in 1953 wordt er een geheel nieuw klokkenspel opgehangen. Een en ander wordt gerealiseerd met hulp van de Stichting Stedelijke Godshuizen.

De oudste nog aanwezige luidklok "Maria" is in 1447 door Jan de Clockgieter uit Venlo gegoten. De 800 kg wegende klok ontkwam in 1943 aan de Duitse klokkenvordering

Tekstborden

Er hangen 4 tekstborden in de kerk. Deze borden hebben geen liturgische functie.

Het visserijbord is een uiting van dankbaarheid. Het opschrift van het bord: GODT GHEVET AL verwijst naar het Bijbelverhaal van de wonderbare visvangst. In Geertruidenberg bestond een groot deel van de bevolking van de visserij.

Het Oranjebord is een vorm van eerbetoon. Het opschrift: IE MAINTIENDRAY (ik zal handhaven) was de lijfspreuk van Willem van Oranje en is dat nog steeds van het Oranjehuis.

Johan Arnold Zoutman

Johan Arnold Zoutman werd 10 mei 1724 op het buitenhuis van zijn ouders te Reeuwijk bij Gouda geboren. Op de Reeuwijkse plassen werd veel gezeild en waarschijnlijk is hier de liefde voor het water ontstaan. In 1736 voer hij als adelborst op 12-jarige leeftijd op een oorlogsschip van de admiraliteit van Amsterdam het zeegat uit.

 In 1779 werd hij door Prins Willem V tot schout-bij-nacht bevorderd. Een jaar later brak de 4e Engelse oorlog uit. Op zondag 5 augustus 1781 leverde Zoutman een zeeslag tegen een Engels eskader. De Engelsen braken de strijd af na vele vergeefse pogingen om door de Hollandse linie heen te breken. Veel doden en gewonden aan beide zijden, maar Zoutman was de winnaar.

Hij werd naderhand met eerbewijzen overladen, waaronder een gouden penning van de Prins met als opschrift: "Concordia res parve vrescunt" (Eendracht maakt macht).

Waarom een grafmonument van admiraal Johan Arnold Zoutmanin de Geertruidskerk? Zoutman was getrouwd met Adriana Johanna van Heusden, gedoopt 27 april 1741 te Geertruidenberg.

Na zijn overlijden op 7 mei 1793 werd hij bijgezet in de grafkelder van de familie Van Heusden in de Geertruidskerk. Op verzoek van ds. Glasius aan Koning Willem II werd een monument ter ere van Zoutman opgericht. Het monument vindt u in het Noordertransept van de kerk, een eenvoudige zuil van witgeaderd marmer afgedekt door een metalen kroonstuk.  

Juliana de Lannoy

Juliana de Lannoy is één van de beroemdste dichteressen uit de achttiende eeuw. Ze is geboren in Breda op 20 december 1738 en overleden te Geertruidenberg op 18 februari 1782, 43 jaar oud. Ze was ervan overtuigd dat het onzin was dat vrouwen minder goed zouden kunnen schrijven dan mannen en ze deed er alles aan om dat te bewijzen.

In 1758 kwam ze naar Geertruidenberg, omdat haar vader stadsgouverneur werd. Het gezin ging wonen in huis "De Roos". Behalve emancipatoir was haar werk politiek van aard; een aanzienlijk deel van haar werk ging over vaderlandsliefde. Ze stierf vroeg en werd bijgezet in het koor van de Geertruidskerk. Een tastbaar bewijs in de vorm van een grafsteen is sinds de restauratie niet meer aanwezig.

St. Gertrudis

Geertruid is 625 in Nijvel geboren als tweede kind in het gezin Pepijn van Landen en zijn vrouw Iduberga. Zij wilde niet uitgehuwelijkt worden en ging in het klooster. In 647 volgde ze haar moeder op als abdis van de abdij te Nijvel. Volgens de legende zou Geertruid enige tijd hebben gewoond in het graafschap Strijen (West-Brabant) in het huidige Geertruidenberg. St. Gertrudis is de patrones van de reizigers. Ze wordt vaak afgebeeld met een staf en muizen. Een muis staat in de oudheid symbool voor de ziel. Een ander verhaal dat de muizen in haar omgeving verklaart, is dat ze de muizen en ratten, die ziektes met zich meedroegen, de stad uitdreef.

Rouwborden 

In de kerk bevinden zich negen rouwborden. Dit zijn gedenktekens voor overledenen van vooraanstaande families uit Geertruidenberg. Als gevolg van de opkomst van een voorname middenstand en een zich voornaam voelende ambtenarenstand werd in de 18e eeuw de behoefte aan familiegraven in de kerk sterk uitgebreid. Door ruimtegebrek voor de grafstenen, met name in het koor, waar de notabelen werden begraven, zocht men de oplossing in het aanbrengen van rouwborden aan de muur. Op de borden treft u de wapenschilden aan van de verschillende families met hun geboorte- en sterfdata.

St. Sebastiaan

Sebastiaan was een christen uit Milaan. Hij stierf de marteldood in 288 in Italië. Vastgebonden aan een zuil en beschoten met een regen van pijlen werd hij voor dood achtergelaten. Hij herstelde en werd later alsnog doodgeknuppeld.

Hij is de patroonheilige van o.a. schutterij en soldaten. De muurschildering van hem op de muur van het zuidelijk transept is gemaakt na 1415, toen het zuidertransept gebouwd werd en voor 1566, toen tijdens de beeldenstorm de schildering onder een kalklaag verdween. De afbeelding die we zien is een replica. Het originele fresco zit erachter, maar was niet te restaureren.

Er is in en rond Geertruidenberg altijd strijd geleverd. Een beruchte rivaal was de stad Dordrecht. Een hoogtepunt vormde de Hoekse en Kabeljauwse twisten (1350-1490). Bij dit alles speelde de stedelijke schutterij een beslissende rol. Zij was verantwoordelijk voor de verdediging van de stad en daarbij konden ze wel wat bijstand van de heilige Sebastiaan gebruiken.

Orgel

In 1861 kreeg orgelbouwer J.J. Vollebregt (1793-1872) opdracht voor de bouw van een nieuw orgel. Het oude Batz-orgel, afkomstig uit de Waalse Kerk te Heusden en in 1818 in onze kerk geplaatst, was zeer slecht onderhouden.

Dit Batz-orgel werd door Vollebregt verkocht aan de protestante kerk in Middelharnis en in 1862 per schip daarheen getransporteerd, met uitzondering van de beide spaanbalgen, die in onze kerk achterbleven en nog worden gebruikt. Het nieuwe Vollebregt-orgel kostte indertijd 2.050 gulden.

In 1912 en 1976 kreeg het orgel een schoonmaakbeurt en in 1982 werd het gerestaureerd. Technische gegevens: 1 manuaal met 10 stemmen en een vrij pedaal met 5 stemmen. De orgelkast is gemaakt van vurenhout. Het front en de zijkanten zijn geschilderd. Als bekroning een David-beeld met harp op de middentoren en twee identieke muziektrofeëen op de zijtorens.

 

  • Geertruidskerk in kleur

  • Geertruidskerk zwart wit

  • interieur Geertruidskerk